Het leven op walcheren: Walcheren, het ultieme schildersparadijs
18096
product-template-default,single,single-product,postid-18096,cookies-not-set,woocommerce,woocommerce-page,woocommerce-no-js,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode_grid_1300,columns-3,qode-theme-ver-11.0,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-4.11.2.1,vc_responsive

Het leven op Walcheren 08 – Walcheren, het ultieme schildersparadijs

5,95

Op veel plaatsen in Europa ontstaan aan het eind van de negentiende eeuw kunstenaarskolonies. In 1911 is de Haagse kunstschilder Jan Toorop, die vanaf 1897 regelmatig in Domburg werkt, een van de initiatiefnemers van de zgn. Domburgse Tentoonstellingen. Deze duren tot 1921 en zijn voor hun tijd baanbrekend. Toorop nodigt al jaren kunstvrienden uit binnen- en buitenland uit om ’s zomers in Domburg te komen schilderen, waaronder in 1908 Piet Mondriaan, die later wereldberoemd zal worden. Domburg wordt langzamerhand een echte kunstenaarskolonie, met Toorop de spil waar het binnen de Domburgse groep om draait. Kunstenaars ontvluchten de grote steden om nieuwe inspiratie op te doen. Het klassieke atelier wordt vervangen door de landelijke buitenlucht. Dankzij de uitvinding van de verftube in 1841 kan men buiten, ‘en plein air’, gaan schilderen. De mobiliteit van burgers neemt vanwege de aanleg van tram- en spoorlijnen in de tweede helft van de negentiende eeuw toe. Nieuwe horizonten komen binnen ieders bereik. Vooral de kustgebieden met hun heldere licht en prachtige wolkenluchten worden populair, zoals het Zeeuwse schiereiland Walcheren. Naast Domburg is ook Veere één van die pittoreske plaatsen, die al vroeg in de belangstelling staan. Vanaf 1892 vestigen zich hier flink wat kunstenaars, die er het grootste deel van hun arbeidzame leven zullen wonen en werken. Ook Zoutelande, Westkapelle, Vrouwenpolder en Biggekerke spelen een rol van betekenis in de Zeeuwse kunst. Het is daarom gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw ‘een levendig kunstgedoe’ op Walcheren. Het ultieme schildersparadijs.

Op voorraad

Categorie:
Beschrijving

Op veel plaatsen in Europa ontstaan aan het eind van de negentiende eeuw kunstenaarskolonies. In 1911 is de Haagse kunstschilder Jan Toorop, die vanaf 1897 regelmatig in Domburg werkt, een van de initiatiefnemers van de zgn. Domburgse Tentoonstellingen. Deze duren tot 1921 en zijn voor hun tijd baanbrekend. Toorop nodigt al jaren kunstvrienden uit binnen- en buitenland uit om ’s zomers in Domburg te komen schilderen, waaronder in 1908 Piet Mondriaan, die later wereldberoemd zal worden. Domburg wordt langzamerhand een echte kunstenaarskolonie, met Toorop de spil waar het binnen de Domburgse groep om draait. Kunstenaars ontvluchten de grote steden om nieuwe inspiratie op te doen. Het klassieke atelier wordt vervangen door de landelijke buitenlucht. Dankzij de uitvinding van de verftube in 1841 kan men buiten, ‘en plein air’, gaan schilderen. De mobiliteit van burgers neemt vanwege de aanleg van tram- en spoorlijnen in de tweede helft van de negentiende eeuw toe. Nieuwe horizonten komen binnen ieders bereik. Vooral de kustgebieden met hun heldere licht en prachtige wolkenluchten worden populair, zoals het Zeeuwse schiereiland Walcheren. Naast Domburg is ook Veere één van die pittoreske plaatsen, die al vroeg in de belangstelling staan. Vanaf 1892 vestigen zich hier flink wat kunstenaars, die er het grootste deel van hun arbeidzame leven zullen wonen en werken. Ook Zoutelande, Westkapelle, Vrouwenpolder en Biggekerke spelen een rol van betekenis in de Zeeuwse kunst. Het is daarom gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw ‘een levendig kunstgedoe’ op Walcheren. Het ultieme schildersparadijs.

Beoordelingen (0)

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Het leven op Walcheren 08 – Walcheren, het ultieme schildersparadijs” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *